CURAÇAO – Nederlandse keepers willen nog wel eens klagen over slechte velden met veel modder en weinig gras. Daar hebben ze op Curaçao geen last van. Op dit eiland hebben de goalies juist te maken met heel andere hindernissen.

Marcello Pisas, al sinds 2000 eerste doelman van Centro Barber, weet als geen ander hoe het is om op rotsondergrond te duiken. Aan zijn ellebogen en knieën is goed te zien dat bijna twintig jaar keepen veel littekens heeft achtergelaten.

Twee soorten techniek
De reservedoelman van het Antilliaanse voetbalteam benadrukt het belang van een goede valtechniek. “Ik gebruik altijd twee soorten techniek. Bij Barber trainen we op rotsondergrond. Als ik daar speel, ga ik altijd zo ver mogelijk door mijn knieën zodat ik tijdens het duiken niet zo hard terechtkom. Daarom heb ik nauwelijks last van mijn gewrichten.”Als Pisas in actie komt voor een competitiewedstrijd, switcht hij naar de normale duiktechniek. “In het SDK-stadion speel je op kunstgras. Dan is het niet nodig om door je knieën te buigen. Het voordeel van deze techniek is dat je dan meer kunt zweven.”



Pisas’ ellebooglittekens

Ploffen
Volgens de 32-jarige doelman bestaat er een duidelijk verschil tussen de Europese en Caribische/Zuid-Amerikaanse keeperstijl. “Je kunt zien dat de Zuid-Amerikaanse keepers van kleins af aan gewend zijn om laag te staan zodat ze sneller bij de grond zijn en niet zo hard terechtkomen. De Europeanen doen dat niet. Zij ploffen tijdens het duiken meer op de grond omdat zij het gewend zijn om op goede ondergronden te spelen.”

Modebewust
Je zou verwachten dat Pisas altijd in lange broek en lange mouwen speelt, maar dat is niet zo. “Je wil toch met de mode meegaan. Ik speel dus altijd met korte broek en korte mouwen. Wel trek ik mijn sokken altijd zo hoog mogelijk op zodat mijn benen volledig zijn bedekt.”






De rotsondergrond waarop Centro Barber traint

www.versgeperst.com