Marc de MaarCURAÇAO – De liefde voor fietsen zat er voor Marc de Maar al vroeg in. Als klein joch verkleedde de in Assen geboren De Maar zich als wielrenner en kwam er als puber achter dat hij wel heel hard kon fietsten. Op zijn twintigste besloot hij meer te doen met de sport en stapte de wereld van profwielrenner in.

Op zijn veertiende begon hij met schaatsen en in de zomer sprong hij op de fiets om in conditie te blijven. “Op een gegeven moment kwam ik erachter dat ik harder kon fietsen dan schaatsen.” Uiteraard willen we weten waarom Marc überhaupt is begonnen met schaatsen. Hij begint te lachen als de vraag hem wordt gesteld. “Dat is een lang verhaal en ook wel een tikkeltje traumatisch. Ik moest van mijn vader schaatsen. Dat kwam omdat toen hij nog jong was, hij nooit heeft leren schaatsen. Hij nam zichzelf voor dat dit zijn kinderen nooit zou overkomen. Dus eigenlijk was het een verplicht nummertje.” Marc vertelt dat schaatsten hem niet zoveel interesseerde. “Ik wilde helemaal niet schaatsen want dat was niet stoer en al helemaal niet op van die lange noren. Toen ik dat zei was het huis natuurlijk te klein”, zegt hij lachend. “Mijn eerste schaatslesjes heb ik ook met tegenzin gevolgd. Na een paar weken had ik de aardigheid er al in en werd best goed. Inmiddels kan mijn vader heel goed schaatsen, een stuk beter dan ik. Ik heb het al jaren niet meer gedaan maar ze zeggen dat je het nooit verleerd.”

Een liefhebber
“Ik ben altijd een liefhebber geweest van fietsen”, verder Marc verder. “Ik ging vroeger ook vaak als wielrennertje naar school. Maar het was eigenlijk nooit in mij opgekomen om er daadwerkelijk iets mee te gaan doen. Ik keek wel tijdens het zomerseizoen naar de Tour de France en als ik thuis was volgde ik alle wedstrijden. Het kreeg een extra dimensie toen ik zelf begon met fietsen. Het heeft tot mijn twintigste geduurd voordat ik erachter kwam dat ik er echt iets mee wilde doen. Het is er langzaam ingeslopen en ik ben er ingegroeid.” Marc vertelt dat hij allerlei selecties heeft doorlopen. “Op een gegeven moment wordt je benaderd door een team en krijg je het aanbod om betaald te mogen fietsen.”

In een peloton fietsen
Marc vertelt dat als je in een peloton fietst je daarin moet groeien. “Vroeger deed ik wedstrijdjes en dat deed je dan met zijn tienen. Dan wordt je een jaartje ouder en fiets je met twintig wielrenners en voor je het weet zit je in een peloton van 200 man. Qua techniek leer je dat gewoon aan, het is net als autorijden. Op tv ziet het er soms wel eng uit maar gelukkig heb ik dat besef niet als ik er middenin zit. Ik zie weleens wedstrijden van mezelf en dan denk ik: oei, dat ging maar net goed. Maar als je op de fiets zit heb je dat helemaal niet door.” Maar hoe was de eerste keer in een peloton willen we weten. “Zelf heb ik daar nooit echt bij stilgestaan maar mijn vader heeft me laatst iets verteld. Hij was meegegaan naar mijn eerste wedstrijd in een peloton en vertelde dat hij zijn hart vasthield. Hij vroeg zich continu af of ik nog wel veilig in het peloton zat.” Zelf was Marc er nooit echt mee bezig en vertelt dat hij ook wel eens is gevallen. Maar hij moet nu wel bekennen dat hij er nu iets meer bij stilstaat dan acht jaar geleden. “Aan het begin van mijn profcarrière was ik ietsje onverantwoordelijker dan ik nu ben.”

Euforie
“Voordat ik prof werd, stond alles in het teken van een profcontract. Dus ook de overwinningen die ik behaalde waren steeds weer een stapje dichterbij een contract. Het heeft wel even geduurd maar toen het moment daar was en ik het contract had, had ik geen doelen meer. Natuurlijk wilde ik wel zo goed mogelijk worden, maar na dat contract begin je weer onder aan de ladder.” Marc weet nog precies hoe hij zich voelde toen hij zijn eerste wedstrijd won. “Ik had zoiets van: nu hoor ik er echt bij, nu ben ik wel een prof! Het is wel raar of bitterzoet want wielrennen is een zware sport en je moet heel veel trainen en veel laten. Alles waar je het voor doet staat in het teken van een overwinning. Dan heb je die behaald en heb je een euforisch gevoel maar dat duurt eigenlijk maar een avond. Want de volgende dag moet je je alweer voorbereiden op de volgende wedstrijd. Dus het staat niet helemaal met elkaar in verhouding.” Maar toen kwam je eerste gouden plak op de Pan-Amerikaanse Spelen in Guadalajara! “Ja, klopt! De Pan-Amerikaanse Spelen zijn, na de Olympische Spelen, het grootste sportevenement ter wereld. Ik was daar namens Curaçao of eigenlijk de toenmalige Nederlandse Antillen. Je voelt je dan heel trots, ook voor wie je vertegenwoordigd. Toen ik die plak in handen had, was het gelijk de laatste wedstrijd van het seizoen. Het euforische gevoel dat je krijgt als je wint kon ik langer ervaren en ervan genieten.

Psychologie achter de sport
Voordat we met Marc spraken hadden we het internet afgespeurd naar allerlei weetjes over de renner en daar kwamen we tegen dat Marc interesse heeft in de psychologische processen van de sport. Er rees gelijk een vraagteken bij ons. Als we de vraag stellen, begint hij maar te lachen en met zijn hoofd te schudden. “Dat heb ik één keer gezegd en het blijft me achtervolgen. Mijn vader is psycholoog en de vrouw van mijn vader is psychiater, dus het is er eigenlijk een beetje met de paplepel ingegoten. Ik heb gewerkt met visualisatietechnieken. Ik heb wedstrijdscenario’s geschetst en bestudeerd. Als het ware heb ik mezelf geprogrammeerd en wonder boven wonder verliep de wedstrijd waarvoor ik dat gedaan bijna zoals ik had gevisualiseerd. Dat heb ik de afgelopen jaren vaak gedaan, dit jaar wel minder. Maar ik denk dat ik het onbewust nog steeds doe. Ik denk zeker dat dit ook helpt want je bent continu met je doel bezig. Ik kan wel roepen dat ik de Amstel Curaçao Race wil willen, wat ik natuurlijk graag wil, maar er zijn verschillende manieren om daarmee aan de slag te gaan. Door met scenario’s te werken, lijkt het alsof je jezelf ziet fietsen en dat is de eerste keer wel raar om te ervaren maar het helpt zeker naast het beheersen van technieken. Je staat heel dicht bij jezelf. Mijn vader is trots dat ik dit mee heb genomen al wil hij natuurlijk dat ik het meer had uitgebuit. Dat levert hem natuurlijk goede reclame op”, lacht Marc. “Maar hij is zeker trots. Mijn ouders willen vooral dat ik gelukkig ben en blijf. En als de sport waarin ik succesvol ben daar een bijdrage aan levert, dan is dat mooi meegenomen.”

Technieken
Naast al dat psychologisch denken, hoe bereid je je dan technisch voor? “De voorbereidingen op het een wielerseizoen moet je zien als de bouw van een huis. Je begint met het fundament want zonder fundament kun je geen muren neerzetten. De trainingen beginnen rustig en naarmate het seizoen nadert wordt de training specifieker en intensiever. En als het seizoen heel dichtbij komt, begin je met het simuleren van wedstrijdsituaties. Zodra het seizoen is begonnen heb je niet veel tijd meer om te trainen omdat je wekelijks wedstrijden hebt. Dus het belangrijk dat je een heel brede basis legt. Tussendoor moet je ervoor zorgen dat je niet te moe raakt tijdens een training want je moet wel fit zijn voor de wedstrijden. De winter is eigenlijk de enige periode waarin je je basis kan leggen. Als je de winter mist dan loop je het hele seizoen achter de feiten aan. En het is heel lastig om een inhaalslag te maken ten opzichte van je collega’s. Je wordt ook beter van iedere wedstrijd die je rijdt. Dus als je met achterstanden begint en je rijdt dezelfde wedstrijden, dan gaat de rest je voorbij.”

Ik voel me hier thuis’
Marc is 28 jaar geleden geboren in Assen, Drente, maar woont nu op Curaçao. “Eigenlijk woon ik voornamelijk in Spanje omdat ik daar op trainingsgebied meer variatie heb. Ik kan daar vlak trainen maar ook de bergen, maar ik kom hier al jaren en sta hier ook gewoon ingeschreven. Dat komt doordat mijn ouders hier vaak op vakantie kwamen. Op een gegeven moment gingen mijn ouders uit elkaar. De huidige partner van mijn vader besloot om naar het eiland te verhuizen, dat had ze al besloten voordat ze mijn vader had leren kennen. Ze kreeg een baan hier en mijn vader volgde al snel. Vanaf dat moment kwam ik hier ook vaker en bleef steeds langer. Ik heb altijd een thuisgevoel gehad hier en dat gevoel is in de loop der jaren alleen maar gegroeid. Ik raakte ook betrokken bij de lokale wielersport en zo ben ik hier blijven hangen.” Marc heeft ervoor gekozen om voor de Nederlandse Antillen uit te komen in plaats van Nederland. “Veel mensen denken dat ik dat heb gedaan omdat het vanaf hier makkelijker zou zijn om uit te komen op WK’s en Olympische Spelen. Nu heb ik voor Nederland vijf keer een WK gereden en sinds ik op Curaçao ben nog nooit”, zegt Marc lachend. “Dus dat is niet de reden geweest. Het is meer uit liefde ontstaan, ik heb me hier altijd meer thuis gevoeld dan in Nederland. Dat is ook een reden waarom ik tijdens het wielerseizoen in Spanje woon en niet in Nederland. Ik vind de mensen hier relaxter en vriendelijker. Het duurt wel even voordat je volledig wordt opgenomen maar af en toe moet je door mensen heen prikken. Maar als de band er eenmaal is dan is het een vriendschap voor het leven. Het klopte gewoon meer als ik voor de Nederlandse Antillen zou gaan rijden.”

‘Opnieuw de liefde ontdekt’
“Ik ben in de loop der jaren in het profwielrennen gerold en op een gegeven moment wordt het een beetje normaal. Als een gewone baan. Toen ik hier op het eiland begon te fietsen en ook samen met de andere jongens, ontdekte ik de liefde voor de sport opnieuw. Niet dat ik er een hekel aan had, helemaal niet. Maar ik zag hier met hoeveel enthousiasme de sport wordt bedreven. Ik dacht: verrek, zo ben ik ook begonnen! Ik was dat een beetje vergeten. Dat heeft mij veel plezier gedaan en dat doet het nog steeds. Het doet me goed als ik met de jongens van hier ga fietsen. Want ze zijn zo enthousiast en ik zie het plezier dat ze erin hebben. Om deze reden heb ik ook besloten om de lokale wielrenners te helpen of te ondersteunen.

Wel of niet voor Curaçao fietsen?
Sinds 10-10-10 zijn de Nederlandse Antillen opgeheven en is Curaçao een autonoom land geworden binnen het Koninkrijk. Dat betekent dat Marc niet meer voor de Antillen kan uitkomen maar ook niet voor Curaçao omdat het eiland niet als land is erkend. “Het is hier wat onrustig geweest op politiek gebied. En met het opheffen van de Antillen is een poging gedaan om alles te herstructureren maar dat is niet helemaal goed gegaan. De sport zijn ze volledig vergeten. Het probleem is dat het Internationaal Olympisch Comite (IOC) wel de Nederlandse Antillen had erkend maar Curaçao niet als sportfederatie. Datzelfde geldt voor een aantal andere eilandjes in de buurt. Curaçao heeft de meeste sporters aangeleverd waardoor het IOC heeft gezegd dat ze ons een periode geven om zaken op orde te stellen en vanuit dat punt moeten kijken hoe we verder moeten. Het IOC heeft vervolgens gezegd dat tot de Olympische Spelen in Londen afgelopen juni, we konden blijven uitkomen voor de Antillen. Vandaar dat ik in 2011 nog heb kunnen fietsen in mijn kampioenstrui van Curaçao tijdens de Ronde van Polen. Een aantal sportfederaties begonnen wel moeilijk te doen en dat is ook het verhaal van atleet Churandy Martina. Hij moest toen kiezen tussen Curaçao en Nederland. Bij een aantal sporttakken was dat weer niet van toepassing. Voor de wielrenner was dit ook het geval net als bij Martina. Ik was wel gekwalificeerd, maar mijn bond zei: die jongen vertegenwoordigt een ‘niet bestaand land’. En dat mag niet terwijl Curaçao wel een land is, dus ik mocht niet deelnemen onder de Curaçaose vlag. Nu is het maar de vraag of dat in de toekomst wel mogelijk wordt.” Marc hoopt dat de dag waarop hij voor Curaçao mag gaan rijden snel aanbreekt. “Ik ben nu nog de huidige Curaçaose kampioen maar het is nog maar de vraag of ik volgend jaar nog die trui mag dragen.

Toekomst
De toekomst voor een deelname van Curaçao is dus nog onduidelijk maar dat weerhoudt Marc er niet van om zelf toekomstplannen te maken of doelen op te stellen. “Het hoogste wat je kunt behalen in de wielersport is een etappe van de Tour de France winnen. Die heb ik nooit gereden en ik vind dat een groot gemis in mijn carrière. Dus dat is wel mijn grootste ambitie voor de toekomst. Verder hoop ik dat we binnen nu en een paar jaar jongens van het eiland in Europa kunnen bewonderen. Marc fietst morgen mee in de Amstel Curaçao Race. Het startschot wordt om 10.45 uur bij Lions Dive gegeven door Churandy Martina.

3 reacties op “‘Ik voel me hier meer thuis dan in Nederland’”

  1. Ben net thuis van het spektakel op de ‘Seru Grandi”
    Twee minuten voordat het peloton daar aankwam ging het plenzen.
    Resultaat: de kop van het peloton ging zonder problemen omhoog maar daarna ……
    Ja als rijpe appels vielen zij. Het grootste gedeelte moesten te voet verder. Jet leek wel of ze de Alpe-d’Huez op gingen.
    Struikelblok was de kunstige rubberen middenberm.

  2. Bedankt voor dit prachtige verhaal toerist.

  3. Ik heb vroeger 3 jaar op Curacao gewoond en 1 van mijn kinderen is er geboren, maar ik voel me altijd happy bij mijn Curacaose familie. Het waren en zijn altijd zeer warme en vriendelijke lieve mensen, woonde in de knoek maar zeer fijn voelde me er met mijn gezin veilig. Had er graag gaan wonen en een huis kopen maar nu doe ik het niet meer door de omstandigheden op het eiland.