RechterCURAÇAO – Er in de zogenaamde Masbangu-zaak naar de stembusfraude op Sint Maaten, geen sprake van ‘klassenjustitie’. Dat oordeelt het Hof. Het Gerecht in Eerste Aanleg (GEA) oordeelde eerder dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat de partijleiding van de United People Party (UPP) niet werd vervolgd voor hun aandeel.

Vier andere verdachten wel. Het Openbaar Ministerie (OM) werd daardoor in eerste instantie niet-ontvankelijk verklaard.

Verdachten
Bij de eerste verkiezingen van het land Sint Maarten op 17 september 2010 zouden vier agenten op de United People Party (UPP) gestemd hebben in ruil voor geld. Het betreft de verdachten R.C.H.J. (1951), C.J.L.C. (1969), R.H. (1953) en A.R.W.M. (1970).

Hoger beroep
Volgens het Hof is er geen sprake van willekeur of klassenjustitie. De uitspraak van het GEA is om deze reden vernietigd. De zaak is terugwezen naar de rechter in Eerste Aanleg.

www.versgeperst.com