• Recente reacties

    • Facebook

    • Twitter

    • Validator w3.org

    ingezondenCURAÇAO – Spraakmakend nieuws, knallend evenement of sportief hoogstandje? Soms wil je als lezer zelf in de pen klimmen. Bij Versgeperst.com zijn ingezonden brieven welkom. Felix Pinedo plaats kanttekeningen bij de uitspraak van het wrakingsverzoek van advocaat Eldon ‘Peppie’ Sulvaran.

    Ten aanzien van de uitspraak van het Hof (HAR 222/13 d.d. 16 januari 2014) inzake het wrakingsverzoek van advocaat Eldon ‘Peppie’ Sulvaran heb ik de volgende aandachtspunten en commentaren opgesteld. Ik heb de tijd genomen om naar deze uitspraak te zoeken en onder andere deze opsommingen mijnerzijds op papier te zetten.

    – De grond voor het wrakingsverzoek tegen rechter mr. A. Mijnssen betreft een voorval van veertien jaar geleden. Daar is voor een beschikking een model gebruikt waarbij ten onrechte een stuk tekst is blijven staan. Het ging volgens de rechter om een vergissing waarbij drie rechters betrokken waren en waardoor geen cliënt van de advocaat is benadeeld. Naar mijn mening gaat het er niet alleen om of enig persoon benadeeld werd of niet.

    – Feit is dat geen één van die rechters de zogenoemde vergissing heeft opgemerkt. Dit doet bij mij de vraag rijzen of deze rechters die beschikking hebben gescrutineerd of dat zij dit gewoon hebben ondertekend.

    – Rechters zijn namelijk hoog gerenommeerde (Rijks)ambtenaren die een zeer hoge graad van vertrouwen van de gemeenschap genieten. Het is daarom ook dat drie rechters tegelijk zich niet konden permitteren om zo’n vergissing te kunnen begaan. Bij mij blijft daarom het gevoel hangen dat de drie rechters die de wrakingszaak behandelden niet eens de moeite hebben genomen om te zeggen: ”jullie hebben wel beter moeten opletten.” Of dit wel binnenkamers is gebeurd blijft een vraag .

    -’In de uitspraak gedateerd 6 januari 2014 wordt door het Hof vermeld: “Wat overblijft zijn fouten, zowel in de beschikking, als bij een poging die te herstellen.” Het hof stelt verder in dezelfde uitspraak: ” Die fouten hoeven niet te worden gebagatelliseerd, maar leveren geen aanwijzing op dat mr. Mijnssen, als één van de rechters die ze maakte, ten opzichte van verzoekers enige vooringenomenheid koestert.”

    – Het hof stelt duidelijk dat er fouten zijn gemaakt en dat deze fouten niet hoeven te worden gebagatelliseerd. Het zijn juist deze niet te bagatelliseren fouten die een gevoel van onbehagen en ongeloofwaardigheid wekten bij de gedaagden/verzoekers. Er is sprake van een mengelmoes van duidelijke objectieve fouten door drie rechters. Dus de ‘benefit of the doubt’ had ten voordele van de gedaagden/verzoekers moeten vallen. En niet ten voordele van degenen, die de ‘niet te bagatelliseren’ fouten hebben begaan.

    – Dat het Hof stelt dat die fouten geen aanwijzing opleveren voor vooringenomenheid van rechter Mijnssen, is een subjectief oordeel dat men slechts met overtuiging (zoals vereist bij uitspraken van re=echters) kan stellen, indien men een ‘mindreader’ is. Deze redenering van mij krijgt meer gestalte door hetgeen het Hof verder in haar uitspraak stelt, namelijk: “Het is aan de rechter zelf of hij verzoekt zich te mogen verschonen.”

    – Voor een doodgewone leek die wel even verder denkt, lijkt deze stelling van het Hof zeer dualistisch. Het Hof laat het namelijk aan degene die de niet te bagatelliseren fouten heeft begaan, of hij/zij zich uit de zaak terugtrekt of niet en dat het Hof daarover geen beslissing neemt. Het causale van de zaak (de niet te bagatelliseren gemaakte fouten) wordt terzijde geplaatst om het dubieuze en subjectieve van de zaak te honoreren, namelijk ‘laat rechter Mijnsens zelf beslissen of hij zich terugtrekt uit de zaak’. Al weet deze rechter dat het beter zou zijn geweest om zich uit de zaak terug te trekken. Hij zou het nooit hebben gedaan want dat zou een een autowrakingsactie betekenen, die opgenomen wordt in zijn curriculum vitae. De afwijzende beslissing van het hof op 6 januari 2014 in haar beschikking gegeven door mrs. A.J. Beukenhorst, P.W. van Schendel en I.W.M. Laurijssens, laat bij mij toch een nare smaak achter.

    1 reactie op “Kanttekeningen uitspraak wrakingsverzoek Sulvaran”

    1. @pinedo

      Op het weblog van kkcuracao (http://www.kkcuracao.net/?p=94490&cpage=1#comment-7041) stond het onderstaande commentaar. Kunt u hier uw juridische licht hier over laten schijnen. In hoeverre is het toegestaan om personen op deze wijze te kwalificeren?

      Citaat: “De Rechter heeft zijn oordeel uitgesproken. Daar moet een ieder zich bij neerleggen.

      Die Sulvaran is een beetje op zijn vingers getikt. Dat zal hem weinig boeien. Een pedofiel kan wel tegen een stootje zullen we maar zeggen. Nee ik zeg niet dat Sulvaran een pedofiel is. Het zou overigens best zo kunnen zijn, als je zijn gluiperige kop bekijkt. Ik bedoel niet dat zijn kop echt gluiperig is, maar iemand zou die gedachte kunnen krijgen als hij zo’n kop ziet.

      Dus even voor de duidelijkheid: Sulvaran zou best een pedofiel kunnen zijn. Ik weet het niet. Misschien zijn er slachtoffers die dit kunnen bevestigen. Een aanklacht wegens seksueel misbruik bij het OM is dan de geëigende weg. Het OM zal dan onderzoeken of de klacht gegrond is. Ziet het OM kansen om de zaak voor de rechter te brengen, zullen ze zeker niet aarzelen. Als vervolgens Sulvaran veroordeeld wordt wegens pedofilie, zal hij ook zeker van het plateau geschrapt worden.

      Ook zonder het wettig en overtuigend bewijs dat Sulvaran een pedofiel is, kan hij in werkelijkheid toch een pedofiel zijn. Alleen een rechtsgrond ontbreekt dan om hem te veroordelen als pedofiel.

      Mocht ik de suggestie gewekt hebben dat Sulvaran een pedofiel is, terwijl er geen enkel bewijs is ? Dat is beslist niet de bedoeling van dit schrijven. Integendeel. Niemand is schuldig zonder wettig en overtuigend bewijs. Het is aan de rechter om dit te beoordelen. Daar moeten we ons ook bij neerleggen, ook al is Sulvaran een echte Pedofiel. Een suggestie kan een vermoeden zijn zonder enige grond. Zeg maar een gedachtespinsel.

      We moeten Sulvaran dan ook behoeden voor een onjuiste beschuldiging dat hij een pedofiel is. Dat hij mogelijk slechts pedofile fantasien heeft, bestempelt hem nog niet als pedofiel. Ook het uiterlijk van zijn hoofd, wekt misschien het beeld op van een gluiperige pedofiel. Maar laat u niet verleiden tot vooroordelen, gebaseerd op uiterlijkheden.

      Wellicht dat mogelijke slachtoffers van Sulvaran – ik suggereer niet dat ze bestaan, maar het zou kunnen – bewijs kunnen aandragen dat Sulvaran een Pedofiel is.

      Enfin, de oplettende lezer zou iedere suggestie moeten verwerpen dat Sulvaran een Pedofiel is, nietwaar?

      Wat zou het oordeel van de rechter zijn, na het lezen van deze beslommeringen: Sulvaran een echte Pedofiel?
      Het zou zomaar kunnen dat een rechter Sulvaran veroordeeld als pedofiel. En als we maar vaak genoeg suggereren dat Sulvaran een pedofiel is, gaat de buitenwacht dit voor waar aannemen.

      Waar rook is, is vuur – nietwaar? Conclusie:
      Laat de rechter oordelen of Sulvaran een pedofiel is. Dat is zijn taak, niet de onze. Voor eigen rechter spelen is niet de geëigende weg.?” Einde citaat.