CURAÇAO – Spraakmakend nieuws, knallend evenement of sportief hoogstandje, soms wil je als lezer zelf in de pen klimmen. Bij Versgeperst.com zijn ingezonden brieven welkom. Vandaag schrijft Philippe Maaskant over de vakbonden, het overleg en de Staatsregeling.

Zo af en toe denk ik dat we op ons eiland de weg even kwijt zijn. We lazen in de Amigoe afgelopen week dat het vakbondsplatform, Plataforma Sindikal, wil dat het tripartiete overleg in de Staatsregeling van het land Curaçao wordt opgenomen. Dat hebben ze dan in een studiedag in november vorig jaar besloten. Ook moeten we werk gaan maken van de ILO (Internatioanl Labor Organization) conventie 144. De conventie stimuleert overleg door de overheid met werkgevers, werknemers en andere partijen. Inderdaad een goede zaak. Zou nu echt niemand bij de vakbonden weten dat deze conventie op Curaçao al is geïmplementeerd? Er is al wetgeving voor en er is al een bestaand orgaan. (zie: Landsverordening Sociaal Economische Raad)

De Sociaal-Economische Raad (SER) is (sedert 10-101-10!) ons publiekrechtelijk adviesorgaan daarvoor. De SER Curaçao is een advies- c.q. overlegorgaan waar de overheid en sociale partners elkaar spreken over de sociaal-economische beleidsvoornemens. De SER kan (gevraagd of ongevraagd) de regering adviseren. Kortom, het is netjes geregeld zou je zo zeggen.

Op de website van de SER staan de leden en de plaatsvervangende leden genoemd en de agenda van de vergadering van 8 februari 2013 kunnen we er ook lezen. Het instituut is dus kennelijk nog niet aan zijn succes (…?) ten onder gegaan. Voor de vakbonden staan H.D. Mongen en P.A. Cova en hun plaatsvervangers J.P. Zimmerman en R.G. Ilario op de website.

Op Versgeperst las ik nog op 16 augustus 2012 dat ministers Jacinta Scoop-Constancia, Carlos Trinidad en Hensley Koeiman om de tafel zouden gaan zitten met vertegenwoordigers van de vakbonden. De vakbonden wilden invloed hebben op de beleidsformulering van de regering. Schotte, die kennelijk net als de vakbonden, Constancia, Trinidad en Koeiman ook niet wist dat de SER er al was, stelde zelfs voor om een ‘position paper’ op te stellen waarin wordt geformuleerd hoe een platform kan worden opgericht dat later kan worden uitgebreid met vertegenwoordigers van de private sector en ondernemingen. !. (…Bent u daar nog..?).

Destijds deed Asjes nog alle moeite om de door PS zo gewaardeerde Schotte met de PS in het zadel te houden, dus zei hij er niets over.. Nu wel. Nu wil hij weten “of het waar is dat het transitiekabinet akkoord is gegaan om een proces voor nationale dialoog te voeren via ‘Kolaborativo’?”, want we hebben een SER…. Op zichzelf is dat ook weer raar. De coalitiepartijen overleggen regelmatig met hun ministers (werd gezegd), dus waarom zou Asjes (PS, dacht ik toch) dit daar niet kunnen aankaarten? Of is dit tekstje van Asjes alleen voor de “bühne”? Een pers-momentje?

Voor de vakbonden: (Als we nog een tweede SER willen dan kan dat ook nog , er is geld genoeg). Staatsregeling Artikel 72 zegt:
1. Vaste colleges van advies in zaken van wetgeving en bestuur van het Land worden ingesteld bij landsverordening.
2. Bij landsverordening worden de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van deze colleges geregeld.
3. Bij landsverordening kunnen aan deze colleges ook andere dan adviserende taken worden opgedragen.

NB: Voor het verdere draagvlak in de SER (zie Landsverordering) kunnen twee personen worden benoemd op voordracht van de overkoepelende organisatie van NGO’s op Curaçao.

Kortom, ik ben ook even de weg kwijt.. Iemand die het kan uitleggen?

3 reacties op “Ingezonden: Vakbonden, overleg en Staatsregeling”

  1. Het gaat hier vooral om praten. Oeverloos, langdurig, langdradig, hard, fel, en vooral structuurloos praten.
    “Plannen maken” heet dat en steeds opnieuw het wiel weer uitvinden.
    Ondertussen staat alles stil. Ook nu nog.

  2. Des te meer raden en comités en organisaties, des te makkelijker om het falen bij de ander neer te leggen, iets wat hier wel erg goed uitkomt. Daarnaast is “iets” wat jezelf niet hebt opgericht per definitie al verdacht dus gooi de vorige raden en zo maar overboord. Continuïteit is nooit één van onze sterke kanten geweest en zal het op deze manier dus ook nooit worden we zijn nogal makkelijk versnipperbaar op deze manier.

    Het legitimeert ook het oeverloos ouwehoeren over allerlei onderwerpen waar we hier dus echt heel goed in zijn, korte lijnen bestaan op deze manier absoluut niet en “de anderen” liggen altijd dwars. Alles wordt hierdoor nodeloos gecompliceerd gemaakt en samenwerken blijft dus slechts een natte wensdroom.

    Het reeds bestaan van bepaalde organen is dus duidelijk niet bekend, je kunt je dus ook afvragen waarom degenen die daar zitting in hebben niet harder aan de bel trekken als er een parallel iets wordt opgericht, of zou het ze wel uitkomen? De algemene kennis van hoe de diverse organisaties/raden werken en waarom dat zo is, is bedroevend laag. We doen maar wat.

  3. Het ware gezicht van de FNV