• Recente reacties

    • Facebook

    • Twitter

    • Validator w3.org

    ShtetlCURAÇAO – “Wij realiseren ons niet genoeg hoe goed we het hebben. We kunnen veilig leven en hoeven niet echt bang te zijn. Dat moeten we ons realiseren en koesteren.” Voor filmmaker Sherman de Jesus is dat een belangrijke boodschap in zijn nieuwe documentaire A Shtetl in the Caribbean.

    Sherman de Jesus sprak met Caribisch Netwerk over A Shtetl in the Caribbean. Luister hier naar een reportage van Jamila Baaziz.

    Jeugdvrienden
    In A Shtetl in the Caribbean volgt De Jesus twee van zijn joodse jeugdvrienden, Mark en Tsale, uit Curaçao. Zij gaan op zoek naar de plekken in Oost-Europa die hun ouders in de twintigste eeuw moesten ontvluchten omdat de joodse bevolking daar werd verjaagd. “Ik was nieuwsgierig naar hun achtergrond en ben met hen meegereisd toen zij op zoek gingen. Zij waren ook nieuwsgierig, maar voor hen was het moeilijk om terug te verlangen naar een plek waar hun familie met pijn vertrokken is.”

    Vijvertje
    “De kiem voor deze film is misschien wel gelegd toen ik als kind speelde in de schaduw bij een vijvertje bij de synagoge in Scharloo. Toen vroeg ik me al af waar al deze mensen vandaan komen.” De Jesus denkt met veel plezier terug aan de periode dat hij op de Hendrikschool zat en opgroeide met ‘alle nationaliteiten en etnische groepen van de wereld’. “Die mix aan achtergronden is normaal op Curaçao.”

    Veilige haven
    In de documentaire is Curaçao een veilige haven voor de ouders van Mark en Tsale. Hun kinderen groeien er in vrijheid op en zij krijgen er de kans florerende eigen bedrijven te starten in Punda, La Confianza en David’s. Uit gesprekken met oud-werknemers van deze winkels blijkt de liefde en acceptatie die zij voor de joodse migranten hebben. Misschien blijven hun zaken daarom wel gespaard tijdens de volksopstand op 30 mei 1969, die met indrukwekkende archiefbeelden en herinneringen een stempel drukt op de tweede helft van de film.

    Joodse migranten
    De Jesus laat aan de hand van de verhalen van de joodse migranten uit die tijd zien dat Curaçao, in de hoogtijdagen van welvaart, een warm welkom bood voor vreemdelingen die er noodgedwongen hun toevlucht zochten. Hij vertelt daarmee een stuk Curaçaose geschiedenis die bij velen onbekend is. En dat is een groot contrast met de dorpen in Oekraïne en Wit-Rusland waar ‘de leegte en het gemis’ van de verdwenen bevolking voelbaar is’.

    Pijnlijk
    Curaçao zorgt bij De Jesus voor gemengde gedachten en herinneringen. Tegenover zijn gelukkige jeugd staan zijn pessimistischere gevoelens over het land van nu. “Veel politici zijn niet serieus en teveel met hun eigen belangen bezig. De rechtsstaat functioneert niet goed. Er zou veel minder armoede kunnen zijn. Curaçao is ook veel Nederlandser dan mensen beseffen. Omdat het een klein eiland is, zou het gebruik moeten maken van het grotere geheel waar het onderdeel van is.”

    Roots
    Ondanks die gevoelens vindt de filmmaker zijn eigen wortels steeds meer in het Caribisch gebied. “Natuurlijk ben ik ook ooit op zoek gegaan naar mijn Afrikaanse roots. Maar ik zoek mezelf liever op de plek waar ik zelf ben opgegroeid. Ik kan beter afstand nemen van het (slavernij)verleden. Dat verleden is een stuk verder weg dan wat de familie van Mark en Tsale is overkomen. De zoektocht naar mezelf word ook steeds minder belangrijk. Als filmmaker wil ik vooral andere mensen proberen te begrijpen en hun verhaal tastbaar maken voor een groter publiek.”

    Zoektocht
    En dat is precies wat hij doet in zijn documentaire. Via de verhalen van Mark, Tsale en de mensen op Curaçao die zij en hun ouders hebben meegemaakt vertelt hij het universele verhaal van migranten. Van hun zoektocht, van wat ze achterlaten, maar ook van de acceptatie en de nieuwe toekomst die zij ervoor terug krijgen.

    www.versgeperst.com