CURAÇAO – Het Keti Koti Festival zette Amsterdam gisteren weer in het teken van de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863. De plaatsvervangende gevolmachtigde minister van Curaçao, Humphrey Senior, legde namens Curaçao een krans tijdens het officiële gedeelte van het jaarlijkse festival.

Het Kabinet van de Gevolmachtigde minister van Curaçao was ook vertegenwoordigd door medewerkers van het kabinet die, met de Curaçaose vlag, in de optocht meeliepen. Doel van het festival, dat door het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) georganiseerd wordt, is komen tot een herdenking en een viering met een festival dat niet alleen de direct betrokkenen maar uiteindelijk alle Nederlanders aanspreekt.

Zwarte bladzijde
De dag begon met de gerenommeerde Bigi Spikri: een groots opgezette optocht van dansende mensen in traditionele kledij onder begeleiding van looporkesten en bazuinkoren. Aansluitend hierop vond de officiële herdenking plaats waar onder andere demissionair premier Mark Rutte en burgemeester Eberhard van der Laan het woord voerden. Rutte omschreef het Nederlandse slavernijverleden als een “zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis” en merkte op dat we dit “nooit mogen wegpoetsen en vergeten; dat erken je en sluit je in je hart.”

Schaamtevol
Op zijn beurt noemde Van der Laan het Nederlandse slavernijgeschiedenis “een schaamtevolle episode.” De burgermeester benoemde tevens drie wijzen hoe er volgens hem met dit verleden moet worden omgegaan: erkening van het desbetreffende leed; officiële verankering van dit verleden in de Nederlandse geschiedenislessen en met z´n allen over dit verleden blijven praten. De dag stond verder in het teken van muziek, zang, dans en theater. De Curaçaose drummer-percussionist Roël Calister (Kuenta i Tambú) behoorde tot de vele artiesten die het publiek tot in de avonduren heeft vermaakt.

www.versgeperst.com